in de regio:


Incidenteel vanaf 1915,  wekelijks

in de periode 1946-1966

220d.jpg 193d.jpg 195d.jpg 196d.jpg 221b.jpg 222d.jpg

Chris Le Roy 


21-03-1884, Deventer

3-05-1969, Nijmegen


Woonde in Nijmegen


Opleiding


ca. 1900 les van Bartus Korteling (1853-1930) en W. Liernur in Deventer en rond 1920 van Willem van der Nat (1864-1929) in Leiden, waar hij ook adviezen kreeg van Floris Verster (ca. 1915)


Op aandrang van zijn vader, werd hij na de Rijks-HBS in Deventer (1897-1903) opgeleid aan de Kon. Militaire Academie in Breda (1904-1907). Le Roy, die opmerkelijk goed tekende kreeg les van de kunstschilder Bartus Korteling samen klasgenoot Han van Meegeren (later bekend als meestervervalser). Voor zijn ambitie om biologie te studeren of kunstenaar te worden, had alleen zijn moeder begrip.In de periode dat hij gestationeerd was in Leiden (1912-1919) leerde hij Floris Verster en Willem van der Nat kennen, van wie hij les kreeg. Na 17 jaar in het leger openbaarde zich een chronische reuma die het einde van zijn militaire loopbaan inluidde. Vanaf ca.1924 was Le Roy fulltime actief als kunstenaar.In 1915 was hij voor een krijgsmacht-onderzoek in Plasmolen, waar hij belandde in de schilderskolonie. De ongerepte natuur en de sfeer maakte zoveel indruk dat hij er wilde terugkeren. In 1926 vestigde Le Roy zich met vrouw en dochter in Nijmegen. Hij kreeg een aanstelling als docent tekenen aan de Christelijke Normaalschool (Kweekschool) in Zetten (1928-1951), schreef enkele leerboeken tekenen voor het Lager Onderwijs en stichtte in 1936 de Streek-Volksuniversiteit in Doetinchem.In de jaren dertig zette hij de traditie van decoratief, op de natuur geïnspireerd werk voort met zijn reeks van 25 natuurkalenders die op ruime schaal werden verspreid. Hij werd kunstrecensent van de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant en achter de schermen was hij de drijvende kracht achter de Nijmeegse kunstkring In Consten Een. In zijn vrije werk beoefende hij een aantal experimentele technieken zoals de zincografie en de asfaltdruk en met name dit werk is zeer gezocht. Daarnaast gaf hij les aan o.a. Jan van Doorn en Jan Sleeboom. Hij was bevriend met Mies van Oppenraaij en correspondeerde met Jacques van Mourik. Le Roy ontplooide zich verder: hij werd cultureel adviseur van de gemeente Nijmegen (1946) en stichtte de Gemeenschap voor Beeldende Kunstenaars in Nijmegen waarvan hij voorzitter werd. Hij wordt beschreven als een dominante persoonlijkheid die de openbaarheid zocht. De grote verwoesting die de oorlog aanrichtte in de bossen van Mook en Plasmolen raakte hem diep. Tussen 1946 en 1966  trok hij er diverse malen per week heen om het “niet te verklaren wonder van het natuurlijk herstel” van het zwaar geschonden gebied te schilderen. Toen hij, na een val in de Hellekuil, niet meer in staat was het gebied zelfstandig te bezoeken, liet hij zich er heen rijden en schilderde vanuit de taxi. Dit hield hij tot kort voor zijn dood vol. Le Roy was lid van St. Lucas Amsterdam (1915-), Arti Amsterdam, Pulchri Studio Den Haag (1931-), In Consten Een Nijmegen en Scheppend Ambacht Gelderland en exposeerde in 1942 met de door Otto Hanrath opgerichte kunstenaarsvereniging De Brug in Amsterdam. In de jaren dertig was hij voorzitter van de adviescommissie van In Consten Een met Anton Kloosterhuis en Wim van Woerkom.Werk is onder meer opgenomen in de collecties van het Rijk, Rijksprentenkabinet en Stedelijk Museum Amsterdam, Stedelijk Museum De Lakenhal Leiden, Gemeentemuseum Arnhem en Den Haag, Stedelijk Van Abbemuseum Eindhoven en Frans Halsmuseum Haarlem.Le Roy werd begraven op ‘Rustoord’ aan de Postweg te Nijmegen.


Bronnen: Nijmeegs Katern 4-1996; Grenssteen 35,45; Sweerman / 2003; Schilderachtig toerisme / 2002; Jan van Doorn / 2006; Regiodiek 26,27,28,35,64,77,82,83,88,95,109; Jacobs / 1993; Jacobs / 2003; Mak van Waay / 1944; Scheen; Dageraad / 1999; GBK / 1997; Maas / 2001; Prentkunst / 1983; Estafette / 2000; Rijksmuseum / 1939; Plasschaert / 1923; Luns / z.j.; Ted Felen / 2002; Katwijk / 1995; Nijmegen / 1930


Genre en techniek


de natuur is zijn hoofdmotief, plant- en vogelmotieven verwerkt in biologische kalenders (vanaf 1928), figuurstukken en interieurs, landschappen, (bloem)stillevens, plantencomposities alles in impressionistisch-naturalistische stijl; tekeningen en pastels, houtskool (ook gecombineerd met pastel en aquarel), litho’s en etsen, aquarellen en schilderijen, bedrukte houten panelen met motieven, Hij introduceerde de asfalttechniek in Nederland, ontwikkelde de zincografie en maakte als een van de weinigen linoleumetsen, ontwierp tijdens de oorlog gebrandschilderde glas-in-lood ramen; het werk wordt als figuratief-impressionistisch gekarakteriseerd; hij was tevens dichter en kunstrecensent

 “... Le Roy heeft in zijn kunst altijd ook een vorm van apostolaat gezien: het brengen van de blijde zekerheid, dat er een grote vreugde ligt verborgen in de aandachtige beschouwing van de natuur (...) Le Roy wist ook vooral en bij voorkeur de grootheid van de natuur te ontdekken in het kleine.” (Dr. C. de Groot S.J., 1961) “Hij kwam uit Leiden. Daar had hij in zijn jonge jaren Floris Verster leren kennen. Hij was een stimulerende figuur die een traditie meebracht die in Nijmegen geheel ontbrak.” (Edy de Wilde, 1997)


Exposities in de regio


Jubileumtentoonstelling Nijmegen 1930, Museum De Waag Nijmegen 1951, Museum De Waag Nijmegen 1954, Museum De Waag Nijmegen 1961, Kunsthandel Theunissen Nijmegen 1963, Kunsthandel Theunissen Nijmegen 1973, Kerkje Persingen 1990, Medisch Centrum Dekkerswald Groesbeek 1990, Documentatiecentrum Mook 1995 (solo), Gemeentehuis Mook 2001-