In de regio:


1927-1930 en tijdens de

2e wereldoorlog  ca. twee-drie

jaar in Plasmolen


155d.JPG 156d.JPG 157d.JPG 158d.jpg 159d.jpg 15d.jpg

*GSF: collectie/documentatie van

de Grietje Scheffer Fundatie, Molenhoek

161d.jpg

Henk Cornelder


27-07-1896, Groesbeek

10-04-1990, Nijmegen


In de eerste Plasmolense periode verbleef hij in het huisje van de Nijmeegse arts dr. Van der Zijp bij de Molen van dr. Daan; de tweede periode in het tuinhuis van dr. Leuring bij Huize Middelaer aan de Rijksweg, toen dat te gevaarlijk werd in de villa. In de Pastorie van Nederasselt woonde hij anderhalf jaar.


Opleiding


Hij kreeg les van zijn moeder Th.A. Cornelder-Doffegnies, Henri Leeuw, Eugene Lücker, van Henri Luyten in Brasschaat, van prof. Max Dörner in München.


Henk Cornelder werd geboren in Groesbeek. Zijn moeder, Thomasine Adrienne Doffegnies was zelf kunstschilder. Al jong kreeg Cornelder scoliose, een vergroeiing van de ruggegraat. Door een verkeerde behandelwijze groeide hij op latere leeftijd erg krom, maar dit weerhield hem niet van zijn artistieke werk. Naarmate hij ouder werd moest hij vaker een beroep doen op buren en vrienden, die hem in staat stelden in zijn huis te blijven wonen. Gedurende zijn leven onderhield hij contact met tal van kunstenaars zoals Jan Toorop en zijn dochter Charley, Chris Hammes, Jan Voerman, Willy Sluiter en Dick Ket. Ook met Leo Niehorster en andere Plasmolense schilders stond hij op goede voet. Hij was lid van In Consten Een (vanaf 1915) en GBK Nijmegen (1946-1990). Cornelder maakte, vaak met zijn moeder, langdurige buitenlandse studiereizen (o.a. naar Beieren 1922, Tirol, Oostenrijk 1923, Italië 1924, Gardameer en Düsseldorf 1935). Om deels in zijn levensonderhoud te voorzien handelde hij in antiek.Lange tijd had hij wisselende verblijfplaatsen, onder andere het ouderlijk huis, zijn grootmoeder en zuster in Den Haag en Wassenaar, vrienden her en der. De Nijmeegse huisarts Johan van der Sijp stelde hem zijn huisje in Plasmolen ter beschikking. In Nijmegen begon een periode van rust, tot in 1969 een brand zijn huis en atelier onbewoonbaar maakte. Na anderhalf jaar in Nederasselt, waar hij deelnam aan het dorpsleven, keerde hij terug naar Nijmegen, zijn laatste standplaats.Zijn leven lang schuwde hij de openbaarheid. Hij omringde zich met planten en bloemen die zijn woning ’s zomers aan het oog onttrokken. Pas na zijn pensionering werd hij ontdekt door het grote publiek. In de jaren zeventig exposeerde hij het meest. Op elke expositie toonde hij ook werk van zijn moeder, de vrouw die een cruciale rol speelde in zijn leven en kunstenaarschap.Uiteindelijk kreeg hij tbc en werd permanente verzorging noodzakelijk. Hij stierf in 1990.

 

Genre en techniek


Schilder en tekenaar; planten en bloemen, composities en stillevens, landschappen en portretten (volwassenen, honden en veel kinderen); met name tekeningen - met potlood, kleurpotlood en krijt - en aquarellen, in mindere mate olieverf; tot 1925 veel minutieus uitgewerkte bloemen en planten op klein formaat die blijk geven van zijn bewondering voor Toorops tekenkunst; zonder gebruik van kleuren wist hij zijn tekeningen ontelbaar veel tinten te geven

“Voor alles is Cornelder een teekenaar, zijn kracht is zijn groote toewijding en de haast vrome aandacht waarmee hij zijn object beluistert. Hij ziet z’n bloemen, dieren en menschen scherp en zakelijk, maar onderzoekt de verschijning tot hun grond (...) Sober is zijn doen, papier en potlood zijn eenigste materie (...) Zijn portretten zijn van een ingetogen ernst en ook daarin wordt de scherpte van den uiterlijken vorm doordrongen van een innerlijk leven en verschijnt het wezen in de strakke maar bewogen bepaaldheid van den uiterlijken schijn...” (Leo Niehorster 1946)


Exposities in de regio


Waaggebouw Nijmegen 1915; Kunsthandel De Bois Haarlem 1926; Kunsthandel Brouwer Arnhem 1928; Jubileumtentoonstelling Nijmegen 1930 (groep); Vrouwenclub Nijmegen 1946; Stedelijk Gym Nijmegen 1948; Besiendershuys Nijmegen 1966 (solo); Huisexp. bij zijn zus Lous Strik van Wijk Doetinchem 1970; Haus Koekkoek Kleef 1974 (groep); Galerie Polman Malden 1974 (solo); Galerie Polman Malden 1974 (groep); Galerie Polman Malden 1976 (solo); Commanderie Nijmegen 1977 (groep); Commanderie Nijmegen 1981 (groep); Galerie Polman Malden 1982 (solo); Hotel Erica Berg en Dal 1982; Galerie Polman Malden 1983; Commanderie Nijmegen 1984 (groep); Kasteel De Zwaluwenburg Oldenbroek; Commanderie Nijmegen 1990 (duo); Documentatiecentrum Mook 1997 (duo); Gemeentehuis Mook 2001