Home Stichting KunstLokaalMook Agenda Actueel Kunstenaars Collectie Contact
31d.jpg 32d.jpg 34d.JPG 33d.jpg 231d.jpg 232d.jpg 233d.jpg 49d.jpg 235d.jpg 51d.jpg

Soms was de verbondenheid van de kunstenaars en de onderlinge stijlverwantschap zo groot, dat men kon spreken van een ‘kolonie’. Echter, een kunstenaars’kolonie’ veronderstelt ook een zekere geslotenheid ten opzichte van de omgeving en daar was in Nederland nauwelijks sprake van, want de kunstenaars leefden over het algemeen vrij gemoedelijk samen met de bestaande bevolking, dus spreekt men hier meestal van ‘schildersdorpen’.


In Nederland vestigden zich omstreeks 1855 landschapschilders in de mooie omgeving van Oosterbeek en Wolfheze. Sommigen van hen vormden later de ‘Haagse School’, anderen vestigden zich later weer elders, zoals in Laren, dat zich na 1885 eveneens tot schildersdorp ontwikkelde. Andere plekken waren Zandvoort, met zijn vissers, Nunspeet waar het boerenleven werd geschilderd en het landschap langs de IJssel bij Hattem. Toen Den Haag in rap tempo verstedelijkte, bleek circa 1880 het dorpje Noorden (Nieuwkoop) in de buurt van Den Haag een ideale plek om te schilderen. Ook het polderlandschap rond Kortenhoef werd eind 19e eeuw favoriet en Katwijk met strand en vissersboten, werd de plek voor de schilders van de Haagse School. Volendam trok begin 19e eeuw vele kunstenaars, ook uit het buitenland. Heeze bij Eindhoven, waar vooral het Brabantse boerenleven het onderwerp werd, kwam in 1910-1920 tot grote bloei, net als Domburg en later Veere. Vanaf begin 20ste eeuw kende Bergen (Noord-Holland) verschillende stadia als schildersdorp. Sommige kunstenaars vestigden zich - al dan niet tijdelijk - in Staphorst.


Het dorpje Plasmolen (nu onderdeel van de Gemeente Mook en Middelaar) in het noordelijkste puntje van Limburg, met haar beboste stuwwallen, uitgestrekte heide en rivierenlandschap, was eind 19e eeuw al zeer aantrekkelijk als vakantieverblijf voor welgestelde burgers. Er waren rond 1900 al meerdere logementen. Plasmolen ontwikkelde zich begin 20ste eeuw tot schildersdorp. Vele kunstenaars woonden en/of werkten gedurende langere of kortere tijd in Plasmolen of directe omgeving. Anderen logeerden er een tijdje - waren eigenlijk meer passanten- en schilderden de fraaie natuur. Onder de vele passanten in Plasmolen was bijvoorbeeld de Haagse Theophile de Bock. Deze had, samen met Hendrik en Sientje Mesdag geschilderd aan het grote panorama vanaf het Scheveningse Seinpostduin dat nog steeds te zien is in het Haagse museum ‘Panorama Mesdag’.


Na enkele jaren haalde Van Mourik zijn vriend Dirk Ocker (Amsterdam 1882) over om  naar Plasmolen te komen. Deze kwam daar vanaf 1903 incidenteel, maar vestigde zich er met zijn vrouw Paula in 1916 definitief tot 1944. Na de oorlog kwamen ze weer terug. Dirk Ocker woonde er tot zijn overlijden in 1958.

Sinds 1912 woonde de in Arcen geboren schilder Gerard Cox sr. (1864-1931) met zijn gezin in Mook. Hij bouwde op diverse plaatsen in Plasmolen houten huizen voor zijn gezin en elk najaar trok hij met een woonwagen Limburg in om zijn werk te verkopen.

37d.jpg 48d.jpg 27d.jpg

Peter Job (Amsterdam 1884) kwam in 1919 naar Plasmolen en bleef daar tot zijn dood in 1957. Job was de enige schilder van de oorspronkelijke groep die vrijwel alleen bosgezichten schilderde. Hij was naast schilder ook musicus. In 1940 kwam schilderes Jopie van Kampen om gezondheidsredenen vanuit Amsterdam naar Plasmolen. Zij trof in Job een geestverwant op het vlak van literatuur en muziek. Zij schreef en illustreerde enkele boeken. Na de oorlog zwierf ze door vele landen en in 1956 vertrok ze met haar echtgenoot naar Zuid-Afrika.

Joop Uittenbogaard (Rotterdam 1916) kwam in 1941 als commies in Plasmolen. Hij dook er onder, maakte kennis met de schilders en raakte in de ban van de natuur. Hij woonde van 1941 tot 1959 in Plasmolen. Hij voelde zich zeer verwant met Dorus Arts en Theo Deckers.

In 1926 werd Julia van Verschuer in Plasmolen geboren als dochter van baron Van Verschuer. Zij groeide er op tussen de kunstenaars. In de oorlog doken er kunstenaars in de omgeving van Middelaar en Milsbeek onder, naar hun na-oorlogse verblijfplaats de ‘Cuijkse groep’ genoemd. Deze kunstenaars - Ap Sok, Wim Noordhoek, Jan Gregoor en Enno Brokke - waren vooral grafisch bezig en Ap Sok onderkende haar grafische aanleg, haar ‘gevoel voor zwarten en witten’. Na evacuatie kwam ze na de oorlog weer terug in Plasmolen. Zij was schilder, tekenaar, graficus en beeldhouwer.

29d.jpg 26d.jpg 3d.jpg 4d.jpg 7d.jpg 17d.jpg 6d.jpg 23d.jpg 30d.JPG 28d.JPG

Er waren goede contacten met vakbroeders in de regio. Theo Deckers werkte o.a. veel samen met Dorus Arts (Bergharen 1901). Arts woonde achtereenvolgens in Nijmegen, Beek-Ubbergen en tussen 1939 en 1955 in Groesbeek. Hij overleed in 1961 in Canada.

Er was ook contact met het beeldhouwersechtpaar Albert en Godelieve Meertens uit Berg en Dal, de beeldhouwers Peter Roovers die van Mook naar Heijen verhuisde en Jac Maris (Heumen) en met Nijmegenaren zoals Antoon Heijmans, die behalve schilder ook glazenier en keramist was en tussen 1916 en 1964 in de regio werkte. Hij trok veel naar buiten met Theo Deckers en Dorus Arts. Verder waren er Toon Vijftigschild, Chris Hammes, de in Groesbeek geboren schilder Henk Cornelder, Jules de Roeper uit Heumen en Jan Koenen uit Milsbeek.

43d.jpg 35d.jpg 36d.jpg

In 1960 namen Jules de Roeper (1914), Jan Koenen (1928) en Huub Gommans (1935) het initiatief voor een expositie waarbij de werken van de oorspronkelijke groep Plasmolense schilders en de kunstenaars die er later, in de jaren zestig verbleven, samen waren te zien. De organisatoren vormden als het ware een brug tussen de periode voor- en na de oorlog. Deze tentoonstellingen vonden plaats in Plasmolen en Mook tot en met 1966.


Aan het eind van de tweede wereldoorlog lag Plasmolen in de frontlinie. Bijna het hele oeuvre van de Plasmolense schilders ging verloren en hun huizen werden verwoest. Op de plaats van zijn torenhuisje bouwde Jacques van Mourik een nieuw onderkomen en ging als een bezetene zijn verloren gegane werk opnieuw  schilderen uit zijn herinnering of naar foto’s.

Jacques van Mourik realiseerde zich dat Plasmolen onherstelbaar was veranderd, de ongereptheid van de natuur was verdwenen.

Ook Julia van Verschuer maakte een serie litho’s naar tekeningen en oude foto’s. Haar ouderlijk huis op het landgoed Sint Jansberg was zwaar geschonden.

De schilder Chris le Roy woonde in Nijmegen en ging wekelijks naar Plasmolen om het ‘land worstelend tegen de ondergang’ te schilderen. Hij bleef er tot kort voor zijn dood in 1969 werken.


De nestor van het schildersdorp Plasmolen, Jacques van Mourik, stierf op 30 december 1971.




























Van een ‘Plasmolense School’ is eigenlijk nooit sprake geweest. De schilders werkten als individuen, met eigen opvattingen en eigen technieken en er waren meerdere kunstenaarsverenigingen  in de regio.

Voor de meeste kunstenaars speelde natuur wel een grote rol. Hun werk geeft een beeld van wat er verloren ging door de oorlog, door economische vooruitgang, maar ook door toerisme. In 1909 beschreef J.S.Göbel in een toeristische gids de Plasmolen als volgt: “De eenvoudige landelijke hutten en boerenhoeven, hier en daar door groepjes bomen omgeven, liggen schilderachtig over de heideachtige bouw -en moeraslanden verspreid (…) terwijl er korten tijd geleden leemen hutten in aantal te vinden waren. Ten spijt der landschapschilders, die vaak den Plasmolen bezoeken, zijn die allen verdwenen. Toch kunnen deze schilders nog stof voor hun penseel genoeg vinden, in menige landelijke woning of in de eigenaardige groepering, waarin deze als ’t ware zijn neergeworpen.”  

Leo Niehorster (Amsterdam 1882) kwam vanaf 1907 incidenteel in Plasmolen en woonde er vanaf 1911. Hij had een atelier in de oude (ca.1920) van wieken ontdane molen ‘de Molenhorst’ op de heuvel boven de herberg ‘Buitenlust’. Niehorster zwierf door Europa en vestigde zich in 1924 in Den Haag.

Chris le Roy (Deventer 1884) kwam in 1915 voor het eerst in Plasmolen. Later kwam hij terug en ontmoette Leo Niehorster in zijn molen. Le Roy vestigde zich in Nijmegen en kwam tussen tussen 1946 en 1966 wekelijks in Plasmolen. Hij overleed in 1969.

Theo Deckers (Den Bosch 1893) werkte tussen 1920 en 1930 veel in het buitenland. Vanaf 1930 woonde hij in Plasmolen tot zijn overlijden in 1939.

  

 

De schilder Jacques van Mourik (1879-1971), een Amsterdamse notariszoon, wordt beschouwd als de grondlegger, de nestor van het schildersdorp Plasmolen. Hij had Plasmolen tijdens vakanties met zijn ouders leren kennen en ging er rond 1900 wonen. De herberg in Plasmolen was een trefpunt voor de houthakkers, stropers en heikneuters en de jonge schilder voelde zich tussen hen op zijn plaats.  

Zij en de afwisselende natuur vormden de onderwerpen voor zijn werk. Hoe ongerept de natuur toen nog was, blijkt uit de opmerking van de in dit verband vaak aangehaalde  natuurvorser/schrijver Jac.P.Thijsse: “De Jansberg bij Mook, met zijn onmiddellijke omgeving is, botanisch, wel een der rijkste landschappen van Nederland, misschien wel het rijkste.”

Uit de eerste periode (1908-1932) van Van Mourik in Plasmolen is weinig bewaard gebleven. Hij schilderde toen vooral grote romantische landschappen en maakte daarnaast portretten en afbeeldingen van de mensen in zijn omgeving. In de tweede periode (1932-1947) stond de mens centraal in zijn werk en maakte hij vooral figuur- en karakterschilderingen, waarbij zijn voorkeur uitging naar eenvoudige landarbeiders, landlopers, zigeunervrouwen, meisjes van de straat. De laatste periode (na 1947) werd gekenmerkt door veel portretten in opdracht.






1d.jpg

In de tweede helft van de 19e eeuw ontstonden er op verschillende plaatsen in Europa concentraties van beeldend kunstenaars. Ze trokken de stad uit om te schilderen. In de industrialiserende maatschappij van de 19e eeuw waren kleine plattelandskernen in een mooie omgeving ideale plaatsen om afstand te nemen van de alledaagse drukte. Kunstenaars zochten inspiratie voor hun werk in de ongerepte natuur of de lokale bevolking. Ook werden afgelegen plaatsen gekozen om - afwijkend van de toen heersende artistieke normen - te experimenteren met nieuwe uitdrukkingsvormen. Rond 1830 vestigde zich een groep schilders in het dorpje Barbizon, gelegen aan de rand van de bossen van Fontainebleau ten zuiden van Parijs. Ze werden ‘plein-air’ schilders genoemd en ook kunstenaars in andere landen, ook in Nederland, volgden hun voorbeeld.

Historie