In de regio:


ca. 1879-1971

162d.JPG 165d.jpg 166d.jpg 164d.JPG 168d.jpg 13b.jpg 167d.jpg 152d.JPG 154d.JPG 209d.jpg

Jacques van Mourik


2-11-1879, Amsterdam

30-12-1971, Plasmolen


Woonde in Plasmolen


Opleiding


Academie voor Beeldende Kunsten in Dusseldorf waar hij les kreeg van Prof. Eduard von Gebhard (1897), Rijksacademie voor Beeldende Kunsten Amsterdam (1898-1899) waar hij o.a. les kreeg van Prof. A. Allebé


Jacques van Mourik groeide op aan de Amsterdamse Keizersgracht. Zijn vader was notaris en zijn moeder van adel. Hoewel met name zijn moeder daar moeite mee had mocht na het inwinnen van advies bij Jacob Maris een kunstopleiding volgen in Düsseldorf en Amsterdam.De eerste jaren na zijn komst in Plasmolen - dat hij kende van familievakanties - zou hij in een hut aan het Groene Water hebben gewoond, anderen spreken dit tegen maar zijn goede vriend Chris le Roy heeft een krijttekening van deze hut gemaakt. Van Mourik haalde academievrienden zoals bij voorbeeld Dirk Ocker met zijn toekomstige vrouw (het model Paula Jannette) alsmede Meindert Butter en Hendrik Volmar naar Plasmolen om er te werken. In 1903 trok hij met Dirk en Paula Ocker met een beschilderde woonwagen naar het zuiden. Met tekenen en zingen voorzagen ze in hun levensonderhoud. Nadat het paard aan een zonnesteek was bezweken, verbleven ze nog enige tijd in de grotten bij Valkenburg, verkochten de beschilderde panelen van de wagen, en keerden terug naar Plasmolen.Uit de archieven blijkt dat Van Mourik tussen 1903 en 1908 als kunstschilder stond ingeschreven op het adres B80 van molenaar en later hotelhouder Matthias van der Grinten. Eind 1905 diende hij een aanvraag in om een bescheiden atelierwoning te mogen bouwen. Voor de eerste wereldoorlog maakte hij studiereizen naar Zuid-Frankrijk en Italië, werkte in Amsterdam, de Pyreneeën in 1916 met Maria Cox (1897), dochter van de schilder Gerard Cox sr. met wie hij in 1917 dochter Ity kreeg  Het huwelijk eindigde in 1922 in een scheiding. Ity bleef bij haar vader.

Rond 1925 begon hij met zijn broer een rozenkwekerij in het Zevendal, maar door gebrek aan vakkennis werd dit geen succes. Na het faillissement in 1927 maakte hij een tijdlang lopende band werk, t.w. snel opgezette Plasmolense landschapjes zoals de Beekweg en het Groene Water). In mei 1930 kreeg hij vergunning om een atelier met zomerhuis te bouwen naast zijn Torenhuisje aan de Schildersweg, wat hem de mogelijkheid van permanente verhuur bood.

In 1935 hertrouwde Van Mourik met de schilderes Mies Tom (1905) die de promotie van zijn werk op zich nam. Eind jaren dertig exposeerde hij diverse malen in Den Haag, waar zijn werk enthousiast ontvangen werd. Het huwelijk eindigde in 1942 in een scheiding.

In 1942/1943 dook Louis de Bourbon, burgemeester van Oss, verzetsman en schrijver bij hen onder. Hij kreeg een relatie met Ity (met wie hij na de oorlog trouwde) en bezorgde Van Mourik, met wie hij een heel hechte band had, na de oorlog veel portretopdrachten.

In februari 1944 bij de verwoesting van Galerie Polmann tijdens het bombardement op Nijmegen ging een groot deel van zijn werk verloren. Hij begon aan de hand van foto’s de belangrijkste werken opnieuw te schilderen. In september 1944, bij de gevechten rond Plasmolen werd zijn huis geheel verwoest en verloor hij alles wat hij bij de vlucht uit het gebied had moeten achterlaten. Begin mei 1945 konden ze met hulp van De Bourbon, terugkeren vanuit Friesland. Van Mourik woonde kort na de oorlog in een klein huisje op de heuvelrug van Berg en Dal waar hij het kerkje van Persingen diverse malen schilderde. Ook het Kamp tegenover hem waar tussen april 1948 en mei 1952 Ambonese families gehuisvest waren, vormde een bron van inspiratie en in vele huizen hangen nog kleine portretten van Ambonese kinderen. De woning in Plasmolen werd herbouwd in 1953-1954, en zijn dochter Ity kwam er in 1959 weer definitief wonen.Behalve de Plasmolense schilders, ontvingen de Van Mouriks ook kunstvrienden uit de regio, zoals het beeldhouwersechtpaar Meertens uit Berg en Dal en uit Nijmegen, Hubert Estourgie, Chris en Charles Hammes, Toon Vijftigschild en Chris le Roy (met wie hij ook correspondeerde). Van Mourik werkte tot vrij kort voor zijn overlijden in 1971, hoewel zijn vermogen om kleuren te onderscheiden afnam. De laatste jaren zette zijn ex-vrouw Maria Cox volgens een vast schema de kleuren voor hem op zijn palet.


Van Mourik kreeg diverse eregelden en eretentoonstellingen en was lid van In Consten Eén in Nijmegen, De Onafhankelijken en de B.B.K. in Amsterdam. In 1942 exposeerde hij met de door Otto Hanrath opgerichte kunstenaarsverniging De Brug in Amsterdam.Onder grote belangstelling werd de nestor van de Plasmolense kunstenaarskolonie op 4 januari 1972 gecremeerd in Dieren.Het Monument voor het Kunstenaarsverzet dat 10 mei 2008 in Mook werd onthuld, houdt ook de herinnering aan zijn inspanningen tijdens de tweede wereldoorlog levend.


Genre en techniek


Olieverfschilderijen en tekeningen, m.n. in roodkrijt, schetsen in ballpoint en potlood; in de periode 1908-1932 romantische en soms mystieke landschappen, vaak in groot formaat, daarnaast portretten en werkende mensen; 1932-1947 de romantische taferelen maken plaats voor expressionistisch getinte figuur- en karakterschilderingen van ‘typen’ in relatie tot hun omgeving; 1947-1960 veel opdrachten en portretten o.a. van H.M. Koningin Juliana en Titus Brandsma; volgens Scheen ook beeldhouwer, een Christuskop in klei is tot nu toe het enige beeld dat bekend is

“Behalve tot de natuur voelt hij zich sterk getrokken tot de bizarre, ongewone individuën van het menschelijk ras. Zelf staande “terzij de horde” zoekt hij zijn contacten onder lotgenooten: de eenzamen van nature of van professie, de maatschappelijk uitgestootenen.” (Louis de Bourbon 1946)“Van Mourik handhaaft het ruige vendelzwaaien der kleuren...” (Dr. John B. Knipping 1948)


Exposities


Berg en Dal 1915, Groot Hotel Berg en Dal 1918, .. Nijmegen 1918, Groot Hotel Berg en Dal 1921, Jubileumtentoonstelling Nijmegen 1930, Hotel Van Bergen Gennep 1936 (duo), Huisexpositie bij Theo Deckers Plasmolen 1937, Gem. H.B.S. Nijmegen 1940, Kunstzaal B. Pollmann Nijmegen 1944, Stedelijk Gymnasium Nijmegen 1946-1947, Stedelijk Gymnasium Nijmegen 1947-1948, Stedelijk Gym Nijmegen 1948-1949, Stedelijk Gym Nijmegen 1949-1950, Stedelijk Gym Nijmegen 1950-1951 (solo), Museum De Waag Nijmegen 1960 (solo), Plasmolen 1961, 1962, 1963, 1964; Kult. Kreatief Centrum Plasmolen 1974, Hotel Erica Berg en Dal 1982, Gemeenschapshuis Mook 1986, Gemeentehuis Mook 1990, Documentatiecentrum Mook 1993, Documentatiecentrum Mook 1994 (solo), Documentatiecentrum Mook 1996, Documentatiecentrum Mook 1998, Documentatiecentrum Mook 1999, Gemeentehuis Mook 2001-