211d.JPG

In de regio:


In WOII regelmatig in Cuijk

1947-1949 in Cuijk/St.Agatha

Kees Andréa


03-02-1914, ’s-Gravenhage

07-07-2006, ’s-Gravenhage


Opleiding


Les in lithograferen van zijn vader; Kon. Academie voor Beeldende Kunsten (3-jarige opleiding M.O. tekenen 1931-1933) in Den Haag, 1934 beurs voor afronding van zijn opleiding aan de Eerste Nederlandse Vrije Studio o.l.v. François Erdély en Chris de Moor, ook in Den Haag  


Andréa stamt uit een geslacht van lithografen. In 1933 begon hij met schilderen; hij tekende ook in het toen -1934-  nog landelijke Loosduinen, waar hij zijn eerste atelier had. In 1936 debuteerde hij in de Haagse Kunstkring. Zijn vroegste werk toont verwantschap met Van Gogh en Permeke. Vanaf 1936 was hij verbonden aan de Eerste Nederlandse Vrije Studio in Den Haag, waarvan hij mededirecteur was. Hij gaf o.a. les aan Jan Gregoor.In 1938 maakte Andréa een uitwisselingsreis door Hongarije. Hij trouwde in 1941 met tekenares Metti Naezer. Hun in 1942 geboren zoon Gustaaf  Hein (Pat genoemd) werd eveneens kunstenaar. In de tweede wereldoorlog verbleef hij regelmatig in Cuijk waar zich een groep kunstenaars met Haagse wortels had verzameld. Hij verbleef dichtbij het klooster van de Witte Paters in St. Agatha. Elementen van de kloostertuin in St. Agatha komen soms terug in zijn werk.Andréa noemde zijn werk expressionistisch, maar het is minder vervormd dan dat van de Duitsers of Vlamingen, meer verwant met de gematigder Belgische ‘animisten’.In 1947 werd hij docent aan de net opgerichte Vrije Academie in Den Haag (evenals Harry Verburg, met wie hij sinds 1935 bevriend was), het Haags Sanatorium (rond 1960) en de Strafgevangenis Scheveningen.Een reis naar Spanje (met een reisbeurs van de regering in 1950), beïnvloedde zijn kleurgebruik voorgoed en bracht elementen als danseressen en stieren in zijn werk. In 1954 en 1956 maakte hij opnieuw studiereizen naar Spanje.Zowel in Den Haag als in de omgeving van Avignon waar ze sinds 1959 jaarlijks de zomer doorbrachten, verzamelden de Andrea’s gelijkgestemden, veelal kunstenaars, om zich heen die altijd - ook met aanhang - welkom waren voor een maaltijd en een goed gesprek.

Hij was lid van vele kunstenaarsverenigingen, o.a. De Realisten (1948-1960), Pulchri Studio (vanaf 1939), de Hollandsche Aquarellisten Kring, de Haagsche Kunstkring (vanaf 1939) en de Haagse kunstenaarsgroep Verve (1951-1957) waartoe ook Rinus van der Neut behoorde met wie hij in Nijmegen exposeerde. Hij zag het lidmaatschap als een mogelijkheid om te exposeren en opdrachten te krijgen en stimuleerde ook zijn vriend Max Velthuijs zich aan te sluiten.Andréa exposeerde in binnen-en buitenland en kreeg diverse prijzen o.a. Jacob Marisprijs 1953 (na een eervolle vermelding in 1949 en een tweede prijs in 1951), de Jacob Hartogprijs in 1954 en 1968, de Haagse Stadhuisprijs 1955 en de Visser Neerlandiaprijs 1964.Werk is opgenomen in de collecties van het Gemeentemuseum in Arnhem, in Den Haag en Maassluis, van Centraal Museum Utrecht en de Rijkscollectie. Een wandtapijt van zijn hand hangt bij de Radboud Universiteit in Nijmegen.Tijdens een overzichtsexpositie in het Haags Gemeentemuseum rond de jaarwisseling 2004-2005 (tegelijk met dat van de door hem bewonderde Constant Permeke),  exposeerde hij ook zijn laatste werken: zes kleine stillevens. Fysiek werd het schilderen de bijna 91-jarige kunstenaar te zwaar.In juli 2006 overleed hij in Den Haag.  

 

Genre en techniek


Figuur in landschap, interieurs en stillevens, bloemen, vrouwenkoppen en dieren; olieverven, aquarellen, (pen)tekeningen, mozaïek, wandtapijten en ontwerpen voor gobelins, muurschilderingen, glas-in-lood ramen en grafisch werk (ets, litho, houtsnede en droge naald)


“Andréa (...) geniet vooral bekendheid als narratief schilder met een enigszins surreëel kleurgebruik (...) Zijn tekeningen daarentegen zijn een nog al onderbelicht aspect binnen zijn omvangrijke oeuvre gebleven en dat terwijl de Haagse Realist van meet af aan een hartstochtelijk tekenaar is geweest.” (Paola van de Velde 2001)“Kees Andrea is een Haagse kunstenaar bij uitstek. Maar wie iets van Den Haag in zijn werk wil terugvinden, moet goed zoeken. Zijn schilderijen zijn maar ten dele gebonden aan de waarneembare, alledaagse werkelijkheid. Niet dat Andrea werkt vanuit een surreële droomwereld; hij voegt fragmenten uit de werkelijkheid samen tot voorstellingen waarin een aarzeling ontstaat tussen het waarneembare en de verbeelding. Zijn grootste bekendheid dankt Andrea aan zijn kleurrijke en fantasievolle schilderijen van landschappen en interieurs met figuren of dieren. Het zijn enerzijds indrukken uit zijn dagelijkse omgeving, maar veel vaker nog impressies van zijn reizen naar Hongarije, Spanje en Midden Amerika. Andréa zegt zich verwant te voelen met de expressionisten, ‘maar dan zonder die hevige, typisch Duitse en Vlaamse expressionistische vertekeningen. Ik tracht een harmonie te bereiken tussen mensen, dieren en dingen. Het raadselachtige van het bestaan probeer ik door schilderkunstige middelen te realiseren. De soms surrealistische kant van mijn werk moet voor mij een grote vanzelfsprekendheid hebben. Er is altijd een diep verband tussen mens en natuur. De lading die kleur, lijn en vorm krijgen in het schilderij is die van een poëtische kwaliteit’.” (Tekst Haags Gemeentemuseum bij de expositie ‘Kees Andrea 90 jaar’ 2004)


Exposities


Gemeentemuseum Den Haag 1937 (groep); Kunstliefde Utrecht 1940 (solo); Dinghuis Maastricht 1941 (trio)Hij nam na de oorlog op uitnodiging van het Departement van Onderwijs Kunsten en Wetenschappen, deel aan exposities inLonden, Bristol, Bern, Bazel, Kopenhagen, Helsinki, Parijs.Stedelijk Museum De Lakenhal Leiden 1948 (groep); Biennale Paviljoen Venezia Nederland 1948 (groep); Stedelijk Museum Amsterdam 1948 (groep); Kunsthandel Buffa en Zoon Amsterdam 1948; Stedelijk Museum Amsterdam 1950 (groep); Esher Surrey Galerie Den Haag 1951Liernur Den Haag 1953; Stedelijk Museum Amsterdam 1953 (groep); De Waag Nijmegen 1954 (groep); Ministerie van Onderwijs Kunsten en Wetenschappen Den Haag 1954-1955 (groep); Nijmegen 1956Vereniging voor Schone Kunsten Delft 1958 (groep); Stedelijk Museum Amsterdam 1959 (groep); Gabriëlcollege Mook 1965 (groep); Haags; Gemeentemuseum Den Haag 1974; Museum De Buitenplaats Eelde 1999; Tollenshuis Rijswijk 2001 ; Gemeentemuseum Den Haag 2004 (solo); Gemeentemuseum Maassluis 2006; Galerie Quintessens Utrecht 2008


Publicaties


K. Andrea / A.B. Neujean ; m.m.v. Kees AndreaDen Haag 1946De dagen spreken / A.H. Nijhoff ; met houtsneden van C.A. Andrea ; verhalenDen Haag 1946Is getekend: Kees Andréa / [auteur: Kees Andrea en Caroline Spel ; eindred.: Arjan Kwakernaak ; fotogr.: René de Caluwé] Voorburg 2001Nieuwe Haagse School / Ton Knoester en Roelie Knoester-Penninkhof ; met bijdragen van Jan Cremer en Gerard Verdijk ; en interviews met Kees Andréa ... [et al. ; fotogr. Marianne Dommisse ... et al.] Schiedam/Den Haag 2002 (2e druk 2003)