In de regio:


Incidenteel vanaf 1907, 1911-1927 in Plasmolen

184d.jpg 185d.jpg 186d.jpg

Leo Niehorster


07-11-1882, Amsterdam

27-04-1957, Wassenaar


Opleiding


Les van (toneel)decoratieschilder Jan Cossaar (1896) in Amsterdam  


Niehorster werd geboren in Amsterdam. Als kind begon hij met tekenen naar de natuur. Na de lagere school werkte hij bij een banketbakker en op zijn veertiende ging hij in de leer bij de in die tijd bekende Haagse decoratieschilder Cossaar. Deze wekte zijn belangstelling voor wijsgerige vraagstukken (o.a. theosofie). In 1903 opende Niehorster met een compagnon een atelier voor decoratieve kunst in Amsterdam (o.a. decoraties voor schouwburgen in Amsterdam en Brussel). Na rond 1906 zijn aandeel te hebben verkocht trok hij enkele jaren met een zelfgemaakte woonwagen door Nederland. Hij zou 35 cent als startkapitaal hebben gehad en geleefd hebben van de verkoop van zijn tekeningen en schilderijen. Hij bezocht Van Eedens kolonie ‘Walden’ en deed in 1907, 1908 en 1909 Plasmolen aan. In 1911 kocht hij een stuk grond op de heuvel tegenover Hotel Plasmolen om een hut te laten bouwen. Niehorster verkreeg in mei 1920 een bouwvergunning voor een landhuis in Plasmolen. Ruim een jaar later trouwde hij in Amsterdam met Mieke van den Berg. Op 29 maart 1923 werd in Mook een zoon geboren. Toen de kunstverkoop rond 1924 terugliep, werd de windmolen ‘Molenhorst’, op de heuvel net boven het toenmalige pension ‘Buitenlust’, omgebouwd tot atelierwoning, de wieken gingen er af en de molen kreeg een rieten kap. Het gezin Niehorster trok zich terug op ‘Molenhorst’ en het landhuis werd verhuurd.Niehorster had interesse in theosofie,  Hij bestudeerde grondig het werk van o.a. prof. Bolland (met wie hij het aanvankelijk zeer oneens was) en raakte bevriend met hem en haalde de wijsgeer voor colleges naar Nijmegen. Niehorster was medeoprichter van de Saturnuskring in Nijmegen, die culturele bijeenkomsten voor een select gezelschap organiseerde, werkte drie zomers als docent aan de Internationale School voor Wijsbegeerte in Amersfoort, was medewerker van de bladen ‘De Idee’ (1923-1957) en ‘Leven en Denken’ (1915), auteur van artikelen op wijsgerig gebied, publiceerde in het maandblad van de in 1905 opgerichte Theosofische Vereniging (1910), schreef jarenlang kunstbeschouwingen en recensies van exposities in diverse provinciale dagbladen als de Nijmeegsche Courant (in elk geval in de periode 1918-1921) en gaf regelmatig lezingen o.a. voor de Haagsche Kunstkring.Vermoedelijk had Niehorster rond 1924 al een atelier in Den Haag. Tijdens de tweede wereldoorlog verwoestte een granaat zijn huis in Den Haag, waarbij helaas veel van zijn werk verloren ging. Niehorster kreeg last van jicht, hartklachten, aderverkalking en evenwichtsstoornissen; hij werd depressief. Hij overleed in 1957 aan de gevolgen van een ongeval.

Vijfentwintig jaar na zijn dood verscheen het sterk geromantiseerde boek ‘Het Hemelvenster’ waarin Niehorsters eerste vrouw onder het pseudoniem Alma van Arnhem haar leven beschrijft. Ook de periode in Plasmolen komt in deze sleutelroman aan bod.Niehorster was lid van de Haagse Kunstkring (1932), 34 jaar lid van het Bolland-Genootschap voor zuivere Rede en redacteur van het tijdschrift De Idee.


Bronnen: Truus Gerhardt / 2005;Truus Gerhardt / 2010; Leo Niehorster / 1957; Schilderachtig toerisme /2002; Grenssteen 29; Sweerman / 2003; Regiodiek 63,66,113; Mak van Waay / 1944; Scheen; Maas / 2001; Piron / 1995; Plasmolen / 1982; Jacobs / 1993; Jacobs / 2003; Verbeeld / 2001; Maas / 1980; Mook / 1973; Mook / 1988; Limburgia / 2007; Rijksmuseum / 1939; Mook / 2003; Verbonden / 2000; Leo Niehorster / 1982


Genre en techniek


Etsen in vernis mou, kleuretsen (veel in de Plasmolense periode; hij drukte zelf af en was een van de eersten die kleuretsen maakte), (pen)tekeningen, aquarellen, schilderijen en pastels op karton (waarvan er veel verloren zijn gegaan); met name Noordlimburgse landschappen en verwrongen bladerloze bomen in de duinen (ook Veluwe: Nunspeet); zijn stijl wordt als impressionistisch gekarakteriseerd; daarnaast was hij publicist, o.a. Kunstcriticus.

“De tekentechniek is zeer knap en oorspronkelijk: ook het gebruik van en de behandeling van het mooie Japanse papier, waarop alles ineens moet worden neergezet, werkt mee tot het respect, dat men al dadelijk voor het werk hebben moet (...) Sterk werk met een sterke, zij het ook veelal dezelfde, of althans slechts door meer of mindere rust of slechts door de mate van somberheid of dreiging wisselende stemming. Een kunst met een overal zichzelf blijvend karakter, waaraan het indrukwekkende nooit ontbreekt.” (Cornelis Veth 1954)“Niehorster is een krachtig, levenslustig man geweest, maar tevens was zijn ziel doortrokken van den stillen ernst, die in zijn kunst tot uiting kwam. In zijn technisch bewonderenswaardige, krachtige inktteekeningen, meestal voorstellend grillige verwording van eens sterke maar thans stervende of reeds gestorven boomen, overheerscht die ernst, een verstilde eenzaamheid. In de subtiel gekleurde, teedere stemmingsbeelden van zijn met een heel bijzondere techniek vervaardigde kleuretsen openbaart zich zijn mystieke natuuraanschouwing, maar het zijn bovenal zijn schilderijen, waarin een lichte melancholie over de meestal wintersche landschappen waast (...) Zoo is hij een der zeldzame combinaties geweest van een geest, die de mystiek van den kunstenaar met de helderheid van het nuchter en zuiver zich nagaande denken in zich wist te vereenigen en te uiten...” (In Memoriam door S.A. van Lunteren in: ‘De Idee’ 1957)


Exposities in de regio


Waaggebouw Nijmegen 1915, Waaggebouw Nijmegen 1918, Schouwburg Nijmegen 1920, Kunsthandel Teunissen Donders Nijmegen 1944, Kult. Kreatief Centrum Plasmolen 1974, Hotel Erica Berg en Dal 1982, Documentatiecentrum Mook 1996, Gemeentehuis Mook 2001-