In de regio:


1936-1949 (sommige

bronnen zeggen 1938)  Mook

1949-1993  Heijen

Peter Roovers

 

10-05-1902, Rotterdam

24-03-1993, Heijen


Woonde in Mook en Heijen


Opleiding


Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam: avondlessen (1918) en dagopleiding (1920-1922 en 1924-1926), bezocht in Parijs de Ecole des Beaux Arts (1922-1923) en de ateliers van Rodins leerling Bourdelle en bestudeerde de techniek van het kappen in het atelier van Uytvanck in Leuven (1923); onderwijsakte N IX B: Middelbare Akte Beeldhouwen (1936); gedeeltelijke rechtenstudie


Hij werd geboren in Rotterdam als zoon van architect Johannes Roovers. Peter Roovers volgde tijdens zijn vijfde jaar HBS al avondlessen op de academie. Na twee jaar in Frankrijk en België keerde hij terug naar Rotterdam om zijn opleiding af te ronden. Vanaf 1936 combineerde hij het kunstenaarschap met een aanstelling als leraar.Toen de gerenommeerde beeldhouwer August Falise onverwacht omkwam bij een jachtongeluk, werd Roovers verzocht zijn docentschap aan de Koninklijke School voor Kunst Techniek en Ambacht (later Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving) in Den Bosch over te nemen. Hij gaf er 31 jaar (1936-1967) les in beeldhouwen, anatomie en anatomisch tekenen. Tot zijn vele leerlingen behoorden de Nijmeegse beeldhouwer Theo Dobbelmann en Jules de Roeper.In Mook vond hij een mooie locatie aan de Maas om een huis te bouwen. Hij werd ingeschreven in het bevolkingsregister als ‘leeraar en beeldhouwer’. In 1940 trouwde Roovers met Louise Nederveen, met wie hij drie kinderen kreeg: Maria Magdalena (Mook), Kathinka (Den Bosch) en Ijsbrandt (Mook).

Hij raakte goed bevriend met burgemeester/dichter Louis de Bourbon die in Mook woonde in het begin van de tweede wereldoorlog. Omdat hij weigerde lid te worden van de Kulturkammer, kreeg hij geen opdrachten meer. Ook voor hem bleken de kerken, die minder streng gecontroleerd werden, de opdrachtgevers die hem een basisinkomen verschaften in de oorlog. Evenals De Bourbon nam Roovers met zijn vrouw deel aan het verzet .

De Engelsen gelastten de afbraak van de uitneembare woning en daarmee begon een periode van inwonen bij kennissen en familie. De beelden die achterbleven, werden door de geallieerden gebruikt als wegverharding.Na de oorlog werd hij gevraagd om lid te worden van het Tribunaal in Gelderland dat oordeelde over “foute” kunstenaars tijdens de oorlog. Het houten huis in Mook was door diverse beschietingen zwaar beschadigd en het was moeilijk aan materialen te komen voor herbouw in steen. De Roovers werd geattendeerd op het zwaar beschadigde Huis Heyen en in 1948 kochten ze de bouwval aan. Onder toezicht van Monumentenzorg restaureerde Roovers het complex tussen 1949 en 1956, met oude materialen van de onherstelbaar beschadigde kastelen van Afferden, Geysteren en Blitterswijck, gesteund door zijn vrouw en zijn assistent, de jonge beeldhouwer Wim Klabbers.  In 1975 kreeg hij een internationale onderscheiding voor de restauratie van Kasteel Heijen.

Roovers was de enige beeldhouwer voor wie drie vorstinnen poseerden. Hij maakte diverse bevrijdingsmonumenten (Mill 1949, Den Bosch 1953, Eede Zld. 1954, Oirschot 1959), decoreerde een kleine twintig cruiseschepen van de Holland Amerika Lijn in Rotterdam, en maakte tal van beelden, reliëfs en fonteinen in opdracht.In mei 1960 ontving hij Prinses Beatrix, die ook De Olde Kruyk in Milsbeek bezocht, op het kasteel. Hij kreeg de Jeroen Boschpenning in zilver voor zijn culturele verdiensten voor de stad Den Bosch (1953). Was lid van St. Lucas en de Stichting Kunst & Cultuur Limburg.Kort voor zijn 91e verjaardag overleed hij en werd vanaf het kasteel, dat hij zelf beschouwde als zijn mooiste werk, begraven met gilde-eer.Het Monument voor het Kunstenaarsverzet dat 10 mei 2008 in Mook werd onthuld, houdt ook de herinnering aan zijn inspanningen tijdens de tweede wereldoorlog levend.


Bronnen: Peter Roovers / 2000; Grenssteen 3,4,26,33,50; Schilderachtig toerisme / 2002; Peter Roovers / 1978; Sweerman / 2003; Scheen; Maas / 2001; Piron / 1995; Estafette / 2000; Marius van Beek / 2001; Venema / 1980; Knipping / 1946; Heijen / 1998; Mook / 2003; Monumentenboek / 1980; Scharten; Beelden / 1978; Sculptuur / 1990; Bergé / 1993; Mook / 2001


Genre en techniek


Tekenaar en daarnaast beeldhouwer van monumenten, portretten, decoraties aan gebouwen en schepen in brons, steen, hout en keramiek; werkte ook in terra-cotta, gips en beton; vooral naakten en koppen, kreeg veel opdrachten (de opdracht voor een portret van Hitler wees hij af) voor religieus werk en voor oorlogsmonumenten die met name in Zuid-Nederland te vinden zijn; werkte figuratief

“Zijn sier-sculptuur herinnert soms aan laat-Hellenistische verbeeldingen (...) Het is wel merkwaardig dat we bij de zoveel meer aan vormen gebonden beeldhouwers van deze dagen, dezelfde vrijmoedige, open en losse kindergezichten ontmoeten als bij onze schilders.” (John B. Knipping 1946)


Exposities


‘Kunst in Huis’ Rotterdam 1935; Kunsthandel Jac. Spee Nijmegen 1936; Gem. H.B.S. Nijmegen 1940; Belvoir Nijmegen 1940; Kunsthandel Borzo ’s-Hertogenbosch 1945; Kunsthandel Borzo ’s-Hertogenbosch 1948; Museum Slager ’s-Hertogenbosch 1993 (groep); Kunstkring Valstar Nijmegen 1996 (groep); Gemeentehuis Mook 2000 (solo)


Publicaties


Peter Roovers / 1978: Peter Roovers: ‘Het Huis Heyen in het dertigste jaar van zijn herrijzen uit een trieste ruïne’ (Deel XXXVI uit de serie “Nederlandse Kastelen”, Nederlandse Kastelenstichting / Kon. Nederlandse Tieristenbond ANWB, z.pl. 1992)